Dagblad van het Noorden besteedde de afgelopen weken aandacht aan de ontwikkeling van sensortechnologie in Drenthe, een economisch speerpunt. Wat kunnen sensoren en wat betekenen deze ’voelers’ in de dagelijkse praktijk? Veel zo blijkt. Vandaag de vijfde en laatste aflevering in een serie, met Eugene de Geus, directeur van het Asser bedrijf DySI.
Door: Martin de Bruin
Assen
Zeg nou zelf, wat bezielt iemand als Eugene de Geus om een vooraanstaande betrekking bij Astron Lofar op te geven en zijn loopbaan over een totaal andere boeg te gooien? Werken bij misschien wel het spraakmakendste bedrijf van Drenthe, Drents paradepaardje op het gebied van innovatie. En toch zette hij in 2006 samen met zijn Lofar-collega Kjeld van der Schaaf de stap een eigen bedrijf te beginnen. Met geleend geld van wat hij noemt family, fools en friends stichtten ze DySI, een bedrijf dat software voor grootschalige sensorsystemen ontwikkelt. Waarbij informatie en kennis uit sensordata gehaald kunnen worden. Het eerste belangrijke visitekaartje is al afgegeven. DySI heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan het verminderen van de storingsgevoeligheid van treinstellen van de NS. En het volgende tot de verbeelding sprekende project dient zich al aan. De inzet van een groot aantal sensoren die zichtbaar en onzichtbaar verkeersstromen meten en koppelen aan historische data over drukte op bepaalde momenten.
Doel: het voorkomen van opstoppingen in een stedelijke omgeving. Voor het eerst te beproeven in Assen. DySI is gehuisvest in een klassiek gebouw aan de Oostersingel in Assen. Binnen is het high tech dat de klok slaat. De Geus: "Ik was 46 en we besloten voor onszelf te beginnen. Best wel oud om zo´n stap te zetten. Het was de periode dat er volop discussie ontstond wat nou de economische potentie van Lofar was. Wat kunnen die antennes, het verzamelen van enorme hoeveelheden data, het vertalen van die data
in real time informatie om bedrijfsprocessen direct te verbeteren, voor ondernemers betekenen? Veel, maar bedrijven pikten het niet op. Ik zei tegen Kjeld, die ik eigenlijk helemaal niet zo goed kende: ’Moeten wij dan niet samen een bedrijf beginnen’? Hij zei meteen ja." Hun eerste grote opdracht was meteen een hele kluif. NedTrain, dat verantwoordelijk is voor het onderhoud aan de treinstellen van de NS, behulpzaam zijn bij intelligent onderhoudmanagement. DySI stortte zich eerst op de aloude Hondenkop. De Geus: "Wij mogen in overleg met NedTrain niet alle details prijsgeven. Een gegeven is dat het Nederlandse spoorwegennet het drukst bereden is van de gehele wereld. Voeg daar aan toe dat elektromotoren complexe dingen zijn, de spanning op het bovenleidingnet nogal schommelt, en je kunt je voorstellen dat onderhoud een belangrijk item is. De Hondenkoppen kwamen via een vast ritme in onderhoud. Wij hebben door de plaatsing van zo’n 70 sensoren zoveel mogelijk gegevens verzameld. Parameters die ons vertelden dat sommige treinstellen helemaal nog niet of juist wel aan onderhoud toe waren. Dat bespaart natuurlijk kosten. Bovendien leidden de analyses van de data tot minder storingen." Inmiddels hebben ze bij DySI ook de dubbeldekstreinen van de NS met sensoren binnenstebuiten gekeerd en loopt momenteel een onderzoek bij het oudere type Sprinters. Gedurende drie maanden geven sensoren grote hoeveelheden data door, die in Assen worden geanalyseerd. De Geus: "Je kunt natuurlijk gericht zoeken. Maar de ontdekking die je bij toeval doet, die is het interessantst."
Bron: Martin de Bruin - Dagblad van het Noorden
@ martin.de.bruin@dvhn.nl